Dagboek van een kat

Mukkes | Dag 13. De dag dat ik ziek werd

22 december 2017
mukkes-gras

Ik kijk uit het raam en zie dat het koud is buiten. Er liggen veel bladeren op de grond, de meeste planten en bomen zijn kaal. Ik ben al de hele dag niet buiten geweest, gisteren deed ik één stap buiten en mijn poten vroren er zowat af. Nog niet zolang geleden was het mooi weer, toen kon ik lekker in de zon liggen in het gras. Gelukkig dat het mooi weer was, want ik heb een nogal hectische zomer gehad.

Gedwongen hongerstaking

Deze zomer was er een dag dat ik me kats-beroerd voelde. Het was zo’n gekke gewaarwording. Dagen lang had ik vreetbuien, ik at en at. Toch bleef de honger aanhouden. Tot opeens die misselijkheid kwam. Ik wist niet wat ik er mee aan moest. Ik stond bij mijn eten en keek ernaar en de geur was overweldigend. Dat terwijl ik het normaal heerlijk vind.

Dagen heb ik nauwelijks gegeten, deed ik het wel dan kwam het er net zo hard weer uit. Ik probeerde de mensen om hulp te vragen, ik miauwde bij het eten en keek ze aan ‘geef me iets waarvan ik niet ziek word’. De mensen luisterden niet, zij vonden het een goed idee om in deze situatie een tripje te maken. Ik was volledig uitgeput, ziek. Het kleine beetje energie dat ik normaal gesproken heb, ook dat was weg. Tegenstribbelen kon ik niet meer, dus ik liet me maar vervoeren.

Waar gaan we nu weer heen?

De rit was lang en we stopten op een plek waar ik nooit eerder was geweest. Ik zag veel stoeptegels en auto’s. In de armen van het mensenmannetje ging ik naar binnen. Er was een grote hond in de ruimte. Hoewel ik me daar normaal gesproken druk om kan maken, had ik nu geen zin om daar moeilijk over te doen. Waar zijn we eigenlijk? Ik snap er niks van.

Enkele minuten later kwam er een vreemde man naar ons toe. Het leek mij een aardige man, de mensjes vonden dat ook, want ze liepen met hem mee. Weer een andere kamer, wat gaan we doen? Ik was liever thuis gebleven, nieuwe ruimtes vind ik altijd ingewikkeld. Ze parkeerden mij op een hoog bed. Ik ging staan en keek naar beneden. Hier kan ik nooit vanaf springen, veel te hoog. Ik keek ook even naar de andere kant, maar daar deed hetzelfde probleem zich aan. Dan ga ik hier maar liggen.

Mee met de flow

De aardige meneer neemt mij mee op zijn armen naar een andere ruimte. Hij aait wat en haalt ineens een zoemend apparaat tevoorschijn. Ik ben nieuwsgierig, wat is dat voor een ding? Een paar tellen later staat de man met een pluk haar in zijn hand, mijn haar. Ik voel een prikje op mijn kale huid, maar ben te moe om te klagen. In de armen van de man ga ik weer terug naar het mensenmannetje en vrouwtje van thuis. Ze lopen met me mee naar buiten, met een korte tussenstop bij een drinkfontein. Niet zo’n grote fontein als thuis, maar toch wel lekker dat water.

Buiten het pand zetten ze me neer in de grote ruimte met miljoenen klinkers. Ik voel me suf, moe en slenter er wat rond. Mijn blaas staat op knappen. Ik wurm me tussen de auto’s door naar het smalle strookje gras dat ik zie liggen. Pfoe, dat lucht op. Ik slenter nog even door en zie in de verte een boom staan, dat wordt mijn nieuwe bestemming besluit ik. Plots word ik in de lucht getild. Mijn poten bungelen minstens een meter boven de grond. Ik word meegedragen, terug naar het vreemd ruikende gebouw.

Sterretjes zien

Ik lig nog maar net op het metershoge bed en ineens voel ik een helse pijn. Ik slaak een kreet uit. HELP! De pijn ebt weg, maar maakt plaats voor een ander gevoel. Het voelt net alsof iets mijn lichaam binnenstroomt. Mijn lichaam tintelt een beetje en ik word licht in mijn kop. Ik probeer weg te lopen, maar de vreemde man houdt mij tegen. Ik kijk omhoog en zie een grote zak boven mij hangen, het lijkt wel water. Het gekke gevoel blijft en ik raak lichtelijk in paniek. Ik probeer weer weg te gaan. De vreemde man geeft me geen kans. Ineens voel ik niets meer. Ik kijk omhoog, de zak is ook weg.

Eten alsof er geen morgen is

Wanneer we weer aan het rijden zijn, probeer ik te beseffen wat er net is gebeurd. Ik kan het niet plaatsen, de wereld draait een beetje. Gelukkig neemt mijn misselijkheid af, ik voel dat ik weer honger begin te krijgen. Het rijdende apparaat stopt en we stoppen bij een plek die ik ken. Het huis met de grote ramen. Ik kan van binnen de hele tuin in mij opnemen, heerlijk! De andere kat die hier normaal altijd rondloopt, zie ik niet. Ik loop naar de hoek van de keuken om wat te eten. Na dagen ziek zijn en niet eten barst ik van de honger. Het eerste bakje gaat leeg, geen kotsneigingen. Ik ben opgelucht, al snel volgende meerdere bakjes vol lekkers. Wel een uur lang sta ik te eten, ik eet zo veel als ik kan. Je weet maar nooit, misschien ben ik straks weer misselijk.


Mukkes-00631


Mukkes is ongeveer 12 jaar en is tien jaar geleden gaan samenwonen met Arne. Rare naam zeg Mukkes! Mukkes is vernoemd naar een café in Leeuwarden, maar of Mukkes ook een echte kroegtijger is? Dat lijkt wel mee te vallen … Een kattenleven gaat niet altijd over rozengeur en maneschijn of op de bank chillen, laten we daarom eens kijken in het leven van een kat.

 


Meer lezen over Mukkes? Klik eens op de categorie Dagboek van een Kat

 

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply